17-06-13

Sant Joan - in Catalonië ook een feest van verbondenheid

Sant Joan: festijn van water, magie en vuur. Viering van de langste dag/de kortste nacht, van de komst van de - dit jaar tegenstribbelende - zomer vooral. En in Catalonië nationalistisch gekleurd, zeker nu de onafhankelijkheidskoorts hevig woedt.

 De Flama de Canigó is het symbool van de verbondenheid tussen de Catalaanse landen

Stralend middelpunt is de Flama de Canigó, symbool van de verbondenheid tussen de Catalaanse landen.  De vlam vertrekt op 22 juni vanaf de top van de Zuidfranse berg Canigó voor een zegetocht door de Països Catalans en het ontsteken van circa 3000 fogueres (vreugdevuren) in meer dan 350 dorpen en steden.



Barcelona
In Barcelona maakt het vuur op 23 juni vanaf 18.00 uur een rondgang door de straten (voor de route, klik hier). Om 19.00 uur volgt de aankomst op het Plaça de Sant Jaume, voor de jaarlijkse ontvangst door het gemeentebestuur. Daarna verspreiden fakkeldragers de vlam over de stad, voor het ontsteken van de vele fogueres (klik hier voor de locaties).



Maar waar is het feest? Op het strand uiteraard en verder op talloze plaatsen in en om de oude stad. Maar eigenlijk is heel Barcelona de avond en nacht van 23 juni één groot feest. Want de zomer is nu toch écht begonnen!

Lees hier alles over de achtergronden van Sant Joan in Catalonië.


 
Klaar voor Sant Joan. Barcelona, begin 20ste eeuw.

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

06-06-13

De mooiste dans - volgens de dichter


La sardana és la dansa més bella de totes les danses que es fan i es desfan, dichtte Joan Maragall in 1894.

De sardana de mooiste dans van alle dansen – bestaande en niet-bestaande? Dit moet een dichterlijke vrijheid van Joan zijn. Er zijn mooiere dansen. En zeker dansen die opwindender zijn, al heeft zo´n kringdans wel altijd iets gezelligs.

Op het moment dat Maragall zijn ode schreef, was de sardana hard op weg de nationale dans van Catalonië te worden. De opmars was begonnen in Barcelona, toen daar een sardana-ensemble met groot succes optrad tijdens de Mercè-feesten van 1870. Waarna de sardanakoorts in heel Catalonië toesloeg. Het was de tijd van opkomend nationalisme en zo´n kringdans was  -  en is - een uitstekende manier om op vreedzame wijze uitdrukking te geven aan het Catalaanse wij-gevoel.

Rudimentair en monotoon
Het sardana-ensemble (cobla geheten) dat furore maakte in Barcelona kwam uit de Empordà. Geen toeval, want deze regio was de bakermat van de moderne sardana, met Figueres als episch centrum.

De ‘oude’ sardana was niet veel meer dan een dansje voor plattelandsfeesten. Eigenlijk ging het om een overblijfsel van de contrapas, een zéér ingetogen reidans voor mannen. De contrapas raakte in de loop van de 19e eeuw in onbruik, behalve het slotonderdeel, een kringdans met een (iets) wilder karakter. Deze sardana corta was rudimentair en monotoon, met een vaste melodie van slechts 32 maten voor een trio-bezetting. Twee minuten bescheiden pret en klaar.

Bijbel van de sardana
Daar moet méér mee te doen zijn, vermoedde in Figueres componist en musicus Pep Ventura (1817-1875).  De man wist het zeker toen hij rond 1840 in Perpignan een nieuw soort hobo ontdekte, de tenora. Ventura zag gelijk de potentie van het instrument en maakte het vervolgens tot hart van misschien wel zijn belangrijkste schepping, de moderne cobla .

Een cobla in 1912. Foto boven: sardanas in Park Guëll, begin vorige eeuw.


Zo´n elfkoppig (twaalf instrumenten) orkest kan tegenwoordig kiezen uit de ruim driehonderd sardanes llargues die Ventura tijdens zijn leven componeerde. De bijbehorende korte en lange pasjes komen van diens streekgenoot, choreograaf Miquel Pardas (1818-1872). Pardas’ instructieboek Método per apendre de ballar sardanas llargues (1850) is nog steeds de Bijbel van iedere rechtgeaarde sardana-danser. Bestudeer het boek grondig en je danst de sardana, in Parda´s eigen woorden, “zelfverzekerd, zonder angst voor schut te staan voor de enorme menigten die tegenwoordig onze pleinen vullen”.

Zelf de sardana dansen? Dat kan in Barcelona elke zondag, aanvang 12.00 uur vóór de kathedraal. Geen angst: kijk eerst enige tijd toe en ontdek dat ook veel Catalanen Pardas’ ‘Método’ niet kennen!





BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

04-06-13

Bankieren in Barcelona: in de 14e eeuw levensgevaarlijk

Waar geld is, komen problemen. Combineer geld met geloof en je hebt oorlog. Dus verhuisden de joodse geldwisselaars (canvistes) van het 14e eeuwse Barcelona op last van het stadsbestuur naar een eigen straat, de Canvis Nous. Hun christelijke collegae bleven achter in de Canvis, die vanaf toen Canvis Vell heette. Daar konden ze voortaan elkaar beschuldigen van zwendel. 

Geldwisselaars waren eigenlijk privé-banken. Ze wisselden niet alleen geld, maar  belegden ook voor hun klanten. Omdat christenen van de kerk geen winst mochten maken op geld,  maar wel op arbeid,  gaf de geldwisselaar handelsopdrachten aan kooplieden.  Het in goederen geïnvesteerde geld en een deel van de winst ging naar de geldwisselaar, die vervolgens zijn klant uitbetaalde. 
In feite ging het hier om verkapte leningen, met dit verschil dat het risico voor de geldgever was.  Leed een koopman bijvoorbeeld schipbreuk, dan was de geldgever zijn investering kwijt.

Banca rotta
Jood of niet, een corrupte geldwisselaar werd subiet uit het ambt gezet. Zijn houten wisselbank werd in tweeën gehakt. Banca rotta!  Wie om andere redenen bankroet ging, moest leven op water en brood totdat alle schulden voldaan waren. Een regel die later in de eeuw behoorlijk werd aangescherpt: binnen een jaar betalen, of kop eraf voor de eigen bank. 

De bank van een corrupte geldwisselaar werd in tweeën gehakt
Dat overkwam in 1360 ene Francesc Costellò, die op straat voor zijn kantoor werd onthoofd. In zijn roman De Kathedraal van de Zee beschrijft Ildefonso Falcones de executie als volgt:
“Alle geldwisselaars uit de stad moesten de executie op de voorste rij bijwonen. Arnau [de hoofdfiguur van de roman, en op dat moment geldwisselaar, AvdN] zag hoe Castelló´s hoofd na de trefzekere slag van de beul van zijn romp rolde. Hij had graag, als vele anderen, zijn ogen gesloten, maar kon het niet. Hij moest het zien. Het was een teken dat hij voorzichtig moest zijn, een teken dat hij nooit moest vergeten, zei hij bij zichzelf, terwijl het bloed over het schavot liep.”

Geldwisselaars aan het werk. Alleen wie garant kon staan voor zijn wisselkantoor mocht zijn wisseltafel met een kleed bedekken. Foto boven:  op de hoek van de straten Canvis Nous en Canvis Vell.

Sommige wisselaars hadden minder scrupules. Tegen het eind van de eeuw klaagden meer en meer Barcelonezen over trage terugbetaling van geïnvesteerd geld. Soms betaalden de wisselaars ook uit in de vorm van waardeloze munten in plaats van het goud dat de lener had ingelegd.


Publieke bank

Een oplossing kwam in 1401, door de instelling van de eerste publieke bank van Barcelona. Deze Taula de Canvis i Comuns Dipòsits, gevestigd pal voor de Llotja (handelsbeurs), stond garant voor het geleende geld of kostbaarheden. Bovendien konden de inleggers hun bezittingen elk moment  opeisen. Wel werd het kapitaal uitsluitend gestoken in de stad zelf, leningen aan individuele burgers werden niet verstrekt. Het publieke karakter van de bank was dus betrekkelijk, want beperkt tot mensen mét geld.

De Taula was vooral ook goed voor de stad zelf. Barcelona had na een eeuw vol rampspoed (hongersnoden, pestepidemieën, oorlogen) enorme schulden en dus een schreeuwende behoefte aan kapitaal.
 

Uiteraard – vertel ons anno 2013 wat – bieden huidige resultaten geen enkele garantie voor de toekomst:  in 1468, middenin de Catalaanse burgeroorlog, moest de Taula uitstel van betaling aanvragen.








 Dit is de tweede post in een serie over Barcelona in de 14 eeuw. 

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

30-05-13

Blote schouders en avondklokken - het rosse leven in middeleeuws Barcelona



Hoe in Barcelona het verbod (sinds 1 augustus 2012) op straatprostitutie werkt? Neem plaats op een van de terrasjes op het plein aan de carrer d’en Robadors (El Raval) en je bent getuige van een vreemdsoortig gezelschapspel voor een dozijn prostituees en twee politieagenten. De agenten staan op de uitkijk, de dames wandelen gezellig kletsend door de straat of nemen een drankje in een van de kroegen. Om de zoveel minuten blaast de hermandad de aftocht, en kunnen de dames snel en effectief hun zaken doen. Waarna het weer de beurt is van de agenten.

Noodzakelijk kwaad
Prostitutie is in Barcelona nog steeds een noodzakelijk kwaad. Net als in 1339, het jaar vamn de oudste bekende bron over prostitutie in de Robadors straat. “Zij die regeren moeten redelijkerwijs enige kwaden tolereren, om goede dingen niet te belemmeren en om ergere kwaden te voorkomen”, schreef de middeleeuwse kerkvader Thomas van Aquino. (Voor de duidelijkheid: de ergere kwaden waren sodomie, overspel, verkrachting en masturbatie.) 

Thomas´ voorganger Kerkvader Augustinus wist het al in de vierde eeuw: “Scheidt de prostituees van de menselijke aangelegenheden en zij vervuilen alles met lust.” 


Augustinus’ wijze woorden keren terug in Lo Crestià (1379-1392), de invloedrijke encyclopedie die de franciscaner monnik Francesc Eximenis schreef in opdracht van koning Pere III. Wat Eximenis níet wilde, was dat prostituees zich mengden onder eerbare vrouwen. Feitelijk  was dit inBarcelona al sinds 1340 geregeld, met een verbod voor prostituees op het dragen van een mantel onder werktijd; hun blote schouders maakten hen zo onmiddellijk herkenbaar. Wie zich niet aan de regel hield kreeg een geldboete of verdween voor één dag in de cel.


 Om de mannen minder in verleiding te brengen, werden de prostituees tijdelijk verbannen naar het klooster
Arbeidstijdverkorting
Behalve op straat werkten prostituees in het 14e eeuwse Barcelona in hostals of gewoon thuis. Al had dat zijn beperkingen. Zo kregen de prostituees in de carrer Viladalls (de huidige carrer del Vidre) al in het begin van de eeuw een regel opgelegd door het stadsbestuur ( de Consell de Cent), die in feite een arbeidstijdverkorting moet hebben betekend. Voortaan moesten hun deuren dicht na het luiden van de seny de lladre (letterlijk: het signaal van de dief), de avondklok die het sluiten van de stadspoorten aankondigde. Bovendien was het voortaan verboden ´s avonds kaarsen te ontsteken. ‘Ik zet een kaars voor mijn raam vannacht, zodat je weet dat ik op je wacht.’ Nee, dus.

Verbannen naar het klooster
Alsof het seksleven van de middeleeuwer al geen obstakels genoeg kende. Of liever: onderbrekingen, door de kerk opgelegd. Door de talrijke verplicht seksloze dagen (feestdagen, vastendagen et cetera) was één per week legaal plezier in bed mogelijk. 


Gemiddeld dan. Want er waren ook seksloze tijden als de Heilige Week. Om de mannen van Barcelona dan minder in verleiding te brengen werden de prostituees tijdelijk verbannen naar het Santa Clara klooster. 
´s Ochtends moesten ze opdraven voor de mis. De rest van de dag probeerden de monniken hun gijzelaar-gasten te overtuigen van de voordelen van een celibatair leven boven een bestaan als prostituee. Ondertussen betaalde de Consell de Cent de dames wél een vergoeding voor gederfde inkomsten. Het benodigde geld daarvoor kwam uit de verhuur van de publieke molens aan de Basses de Sant Pere. 

Hostalers de bordell

Om de zaken beter te kunnen controleren – en om de extra inkomsten –begon het stadsbestuur ergens halverwege de eeuw met de eerste officiële bordelen – het oudste zat waarschijnlijk in carrer Viladalls. Compleet ingerichte panden waren het, voorzien van werkkamers, keukens en rustruimtes. Ieder die zin had in het vak van bordeelhouder (en geld had) kon zo´n gemeentelijk bordeel huren. De hostalers de bordell regelden het interne ‘verkeer`, hielden de boel schoon en voedden de prostituees. Voor hun diensten incasseerden de ondernemers uiteraard een deel van de inkomsten van hun ‘onderhuurders’ – een ander deel ging naar schatkist van de stad. Noodzakelijk kwaad moet je koesteren, zoveel is duidelijk.
 

Hoeren wel, pooiers niet
Voor pooiers was geen plaats in het middeleeuwse Barcelona. Wie betrapt werd kreeg één dag om te vertrekken op straffe van geseling tijdens een rondritje door de stad op de rug van een ezel. Kennelijk maakte het vooruitzicht op een gruwelijke sightseeing tour weinig indruk, gezien door de tijd heen telkens terugkerend verbod op de verhuur van kleding en beddengoed aan prostituees


Werd het beroep afgewezen, dan volgde verbanning voor één tot vijftig jaar
  
Aan het einde van de 14e eeuw werd het anti-pooierbeleid in Barcelona dan ook strenger. Voortaan maakten de stadsomroepers twee keer per jaar de namen van pooiers openbaar. Dezen konden vervolgens kiezen tussen binnen tien dagen hun biezen pakken of in beroep gaan en beloven zich aan de wet te houden. Mogelijkheid twee was niet zonder risico: werd een beroep afgewezen, dan volgde verbanning voor één tot vijftig jaar. (In de periode 1401-1460 overkwam dit 642 pooiers; 562 mannen en 79 vrouwen.)

 Wie zich tijdens zijn of haar ballingschap in de stad vertoonde, belandde voor tien jaar op de galeien van Sardinië. Hardnekkigen die na een Italiaans verblijf nog steeds het pooiervak niet konden loslaten, eindigden aan een van de stadsgalgen. 



Deze foto en foto boven: Carrer d'en Robadors, El Raval.


De vloek van de schipbreukeling
Een van de meest fameuze bordelen van Barcelona was gevestigd op de hoek van de carrer dels Vigatans en de carrer de Mirallers in de wijk La Ribera. De bloeiende nering werd geleid door de weduwe van een scheepskapitein en haar zeven dochters. Een onderneming, zo wil de legende, tegen wil en dank, want afgedwongen door een vloek van een schipbreukeling die op volle zee schandelijk in de steek was gelaten door de toen nog springlevende zeeman. Veel waarschijnlijker is dat het in werkelijkheid de kapitein zelf was die voorgoed in de golven verdween. Waarop het overlevingsinstinct van zijn nazaten ontwaakte en de ganse familie in het roze leven dook.


Het huis waarin het bordeel was gevestigd werd in 1983 afgebroken. Op de oude plek verrees een nieuw pand. Op aandringen van nostalgische buurtbewoners werd daarop het vrouwenhoofd bevestigd dat eerder de bordeelgevel sierde. Het gebruik van dergelijke carasses (maskers) door bordelen begon  na de Oorlog van de Maaiers in 1640. De vele Spaanse soldaten in de stad konden op die manier gemakkelijk hun ‘weg´ vinden. Al langer waren bordelen verplicht hun voorpui rood te verven en het huisnummer op groot formaat te dragen. Vergissingen over de aard van de onderneming waren daardoor uitgesloten, of je moest blind zijn, letterlijk of figuurlijk.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

22-05-13

Corpus Christi in Barcelona - dansende eieren en het circus van Jeroen Bosch




 Corpus Christi (Sacramentsdag)  werd begin 14e eeuw door Paus Johannes XXII ingesteld. Al in 1320 werd in Barcelona de eerste Corpus-Christiprocessie gehouden. Eind jaren zeventig stierf de optocht een stille dood. In 1992,  midden in de euforie rond de Olympische spelen blies de gemeenteraad van Barcelona de traditie nieuw leven in. 

 Corpus Christi valt op de tweede donderdag na Pinksteren, in een periode waarin ooit veel (heidense) vruchtbaarheidsfeesten werden gevierd.  Beïnvloeding was dan ook onvermijdelijk. De eerste processies moeten een soort mythische spektakels zijn geweest, een bonte mengeling van christelijke maar vooral profane elementen, waar ook nog eens de nodige persoonlijke noten aan werden toegevoegd. 

Zeer tegen de zin van de kerk. Haar doel met Corpus Christi was immers het volk te doordesemen met de mysteries van de Heilige Schrift. Voor het op een meer christelijke spoor krijgen van het feest zette de kerk daarom de entremesos in, de Bijbelse figuren uit de toneelstukjes die werden opgevoerd tussen de gangen van de grote banketten aan het hof en in adellijke kringen.
Deze en foto boven: Corpus Christi, begin vorige eeuw.


Ook,  de - door hun omvang - opvallendste processiedeelnemers kun je met een beetje goed wil religieuze roots toedichten. De caps-grossos (grote hoofden) vertegenwoordigen de menselijke zwakheid tegenover de goddelijke kracht.  De gegants (reuzen) zijn mogelijk  nazaten van twee historische kolossen van verschillende religieuze gezindte: de jood Goliath (door David een kopje kleiner gemaakt) en diens christelijke tegenhanger, de heilige Christoforus.


Laatste mode
De eerste gegants waren dus mannen. Pas later verscheen de reuzinnen. De grote dames waren in ieder geval meer bij de tijd: heel lang was het de gewoonte om hen te kleden volgens de laatste mode. Zo weten we bijvoorbeeld dat de gegantas tijdens de Corpus-Christiprocessie van 1569 op en top ´Tudor´ waren , compleet met waaier en een boeket bloemen.


 De eerste processies moeten een soort mythische spektakels zijn geweest

Ook bij de dieren  zien we dat patroon: eerst is er  de mannelijke draak, representant van Lucifer en door Sant Jordi vernietigend verslagen. Pas later verschijnt  La Vibria (van het Latijnse vipera, slang) , de vrouwelijk draak. Dat was tijdens de Corpus-Christiprocessie van 1399, het jaar waarin ook de adelaar (symbool voor gerechtigheid) debuteert.

Andere dierenklassiekers zijn de stier en de leeuw. De stier is een symbool voor heidense bronstigheid, maar ook een verwijzing naar de geboorte van het Kindeke Jezus.
De leeuw heeft eveneens dubbele betekenis. Van oudsher het symbool van kracht, vertegenwoordigt dit dier tegelijkertijd Marcus, die in zijn evangelie refereert aan de prediking van Johannes de Doper als ´een stem die schreeuwt vanuit de wildernis´.In de Corpus-Christiprocessie vinden we leeuw en Marcus dan ook gebroederlijk zij aan zij.


Religieus of volks
 Barcelona heeft tegenwoordig twee Corpus-Christiprocessies, waarmee een botsing tussen religieuze en wereldse waarden wordt voorkomen.
De plechtige Processó de Corpus Christi vindt dit jaar op donderdag 30 mei plaats. De start is om 19.45 uur, na afloop van de mis in de kathedraal. De route: Plaça Nova, Carrer dels Arcs, Portal de l´Àngel, Carrer Comtal, Via Laietana, Carrer de Joaquim Pou en Avenida de la Catedral.
Veel kleurrijker en meer in de lijn van hoe het ooit begon, is de volkse versie van de processie, die een paar dagen later (dit jaar op zondag 2 juni) wordt gehouden. Deze Seguici popular de Barcelona i ball dels gegants de Corpus is een soort circus van Jeroen Bosch. Gegants (reuzen), caps grossos  Bijbelse- en dierfiguren zorgen voor een bont spektakel, begeleid door traditionele-muziekgroepen. 

Aanvang: 19.00 uur op het Plaça de Sant Jaume. Via de Carrer de Bisbe gaat de stoet vervolgens naar het Plaça Nova.



 
Antoni Gaudí tijdens de Corpus-Christiprocessie op 11 juni 1924.  Jose Maria Subirachs gebruikte de foto eind jaren tachtig als inspiratiebron voor zijn Evangelist, te zien aan de Passie-gevel van de Sagrada Família.




Het dansende ei

Een intrigerend onderdeel van de Corpus Christi viering in Barcelona is L´ou com balla, het dansende ei. Dat gaat als volgt:
Blaas een ei uit en doe er beetje was op als contragewicht.  Plaats het ei op een naar boven gerichte waterstraal van een fontein en, voilà: een dansend ei! Bekleed de fontein vervolgens met kleurige bloemen en een traditie is geboren.

Wanneer het dansende ei precies werd `uitgevonden´, is onduidelijk. Sommige historici plaatsen de oorsprong in de 15e eeuw, anderen een eeuw later. Zeker is dat de misdienaars van de kathedraal van Barcelona vanaf 1637 jaarlijks eieren lieten dansen in hun kloostertuin (die met de ganzen van stadsheilige Eulàlia).

Waarmee nog niet gezegd is, dat deze praktijk een religieuze betekenis heeft. Dat het ei de hostie vertegenwoordigt en fontein de kelk met wijn, zoals sommigen beweren, valt dus nog te bezien. Het zou ook kunnen dat dit magische gebeuren ooit begon in de wijk La Ribera, als een simpel tijdverdrijf; een spelletje tegen de verveling voor de edele heren van de Carrer de Montcada, in afwachting van het moment dat de Corpus Christi processie in hun straat arriveerde.


Tegenwoordig kun je behalve in de kloostertuin van de kathedraal ook op veel andere plekken het dansende ei bewonderen. Locaties vlakbij de kathedraal zijn onder meer het Museu Frederic Marès,  het Casa de Arcadia en het Palau del Lloctinent . Aan de rand van de stad danst het ei in het klooster van Pedralbes.






BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!